Leesgids Russische revolutie

Sebastian Budgen

De veranderingen in de historiografie van de Russische revolutie weerspiegelen de wereldsituatie van waaruit de revolutionaire gebeurtenis wordt bekeken. Van 1917 tot 2017 tekent zich een politiek-theoretisch traject af waarbij de getuigenissen en de militante analyses geleidelijk aan plaats ruimen voor de sociale geschiedenis en de culturalistische analyses. Sebastian Budgen (Versobooks) komt terug op de verschillende etappes van dit lang historisch verloop en laat zien welke interessante en belangrijke onderzoeken bijdragen hebben geleverd tot een betere kennis van de interne dynamieken van de Russische revolutie: de studie van de gebeurtenissen vanuit het oogpunt van de vrouwen, van minderheden en onderdrukte nationaliteiten. De moeilijkheid van een bibliografie over de Russische revolutie van 1917 is verbonden met het feit dat er verschillende opeenvolgende strata van geschriften werden gepubliceerd: zo zijn er de ooggetuigenissen, boeken geschreven door actoren die meer analytisch zijn en dan is er een secundaire literatuur, voornamelijk uit de Angelsaksische wereld.

In de jaren 1970-1980 heeft de invloed van de sociale geschiedenis, van ‘onderuit’, uitgewerkt door E.P. Thompson een toenemend invloed gehad op de Engelstalige historiografie van de Russische revolutie (een fenomeen dat we op dat ogenblik weinig terugvinden in de Franstalige historiografie). We zien een hele reeks studies verschijnen die bepaalde deelaspecten of invalshoeken uitwerken zoals de studie van fabriekscomités, de arbeiders van Moskou, de rode garde, de revolutie in Bakoe (Azerbeidzjan), Petrograd of Saratoff, studies die zich concentreren op bepaalde plaatsen maar ook op specifieke topics zoals de vrouwenemancipatie.

Deze ‘revisionistische’ historiografie stelt zich voor als tegenmodel voor zowel de stalinistische geschiedschrijving als de reactionaire historiografie zoals deze van Richard Pipes. Zij betwist de zeer partij-gevonden visie, die zich op de bolsjewieken focaliseerde, op de persoonlijkheid van Lenin en de revolutie percipieerde als een soort machtsgreep die door een homogene en militair gestructureerde organisatie werd uitgevoerd. Het is een geschiedschrijving die het perspectief opent van een pluriforme veelzijdige geschiedenis met zowel oog voor zelforganisatie als voor de verschillen tussen het stedelijk en het plattelandsleven en die ook oog heeft voor andere nationaliteiten aanwezig zijn in het imperium van de Tsaar.

Vanaf de jaren 1980 zien we de tendens van culturele geschiedenis oprukken en die ook een soort linguïstische draai krijgt met veel aandacht voor vertogen en discursiviteit. De vraag die we dan kunnen stellen is de volgende: moet de sociale geschiedenis haar band met marxisme behouden, en dus een economische determinatie in het hart van historische gebeurtenissen blijven situeren of moeten we kiezen voor de meervoudige determinaties die Thompson en anderen hebben ontwikkeld waarbij ook culturele en symbolische factoren een rol spelen ?

Een derde beweging van geschiedschrijving heeft zich dan ontwikkeld, die eerder contradictorisch is en verschillende politieke motivaties heeft, en die zich focaliseert op de jaren ’30 en die vooral een poging uitdraagt om deze periode niet eenzijdig te bekijken vanuit het perspectief van de zuiveringen en de terreur waarbij kan vast gesteld worden dat het stalinisme niet enkel repressief was maar ook sociale mobiliteit mogelijk maakte en de stalinistische symbolische wereld ook utopische aspecten bevatte. Dit bevat echter ook het gevaar de uitermate gewelddadige repressie met onder meer de eenvoudige liquidatie van de boeren en de politiestaat eigen aan het stalinisme te banaliseren.

John Marot schreef een artikel [1] overgenomen in Historical Materialism dat de sociaalhistorische benadering bekritiseert waarbij historici enerzijds de sociale densiteit van de revolutie willen bandrukken maar anderzijds ook politieke en strategische kwestie verwaarlozen. Terwijl deze na de val van de muur in 1989 opnieuw ter sprake zijn gekomen en zij ontwapend waren om hierop te antwoorden. Vandaar de noodzaak om een meer dialectische methode te hanteren waarbij we de rijkdom van een sociaalhistorische benadering combineren met aandacht voor politiek en ideologische vraagstukken die zich tijdens de gebeurtenissen hebben gesteld.

Weinig van deze benaderingen hebben zich in Frankrijk ontwikkeld (laat staan in Nederlandstalig gebied/ NVDV). Eric Aunoble, in zijn boek La révolution russe, une histoire française (Éditions La Fabrique, 2016) toont aan dat de geschiedschrijving er nog steeds verdeeld is met aan de ene kant een reactionaire geschiedschrijving en aan de andere kant historici van de arbeidersbeweging die op methodologisch vlak nog steeds relatief traditioneel tewerk gaan zoals Pierre Broué, Haupte etc.

Alleen Marc Ferro plaatst zich tussen deze twee benaderingen avn politieke en sociale geschiedschrijving. Zijn centraal idee bestaat erin te stellen dat de Russische revolutie niet de centralisatie maar de coëxistentie van diverse machten betreft (waarbij uiteindelijk één zich wel heeft weten boven de andere te hijsen)? Zie Marc Ferro, La Révolution de 1917, Aubier, coll. « Collection historique », Paris, 1967, 2 vol. (vol. 1 : La chute du tsarisme et les origines d’Octobre, 607 p. ; vol. 2 : Octobre : naissance d’une société, 517 p.) ; rééd. Albin Michel, Paris, 1997, 1092 p. En Des Soviets au communisme bureaucratique: Les Mécanismes d’une subversion (Gallimard, 1980).

Getuigenissen

John Reed – Ten days that shook the world

Een journalistiek en zeer levendig verhaal over de machtsovername van de bolsjewieken. Dit boek heeft de kwaliteiten van de Angelsaksische journalistiek: hij steunt op een belangrijke studie van het ‘terrein’, en focaliseert zich niet op de geschriften van Lenin en Kerenski. John Reed trachtte zijn verhaal te illustreren en te personaliseren door middel van anekdotes zoals het debat tussen intellectuele Mensjewiek en een arbeider die voor de bolsjewieken heeft gekozen.

Edward Dune – Notes of a red guard – Translated and Edited by Diane P. Koenker and S. A. Smith, University of Illinois Press, 1993

Dit boek verzamelt de herinneringen van een jonge soldaat tijdens de revolutie die lid is geworden van de tendens die zich tegen het democratisch centralisme verzette (ondemocratisch bureaucratisch? Welke periode Chliapnikov? Arbeidersoppositie?) ) Een zeer levendig verslag van een basismilitant die in staat stelt de gebeurtenissen van ‘binnenuit’ met de blik van een actieve deelnemer te beleven.

Raskolnikov, Kronstadt et Petrograd en 1917

https://www.marxists.org/history/ussr/government/red-army/1918/raskolnikov/ilyin/index.htm

Tamelijk ‘technisch’ naslagwerk dat de relatie tussen de bolsjewieken en de arbeidersachterban bestudeert en de doorslaggevende rol van de arbeiders in 1917 verder analyseert. Het zal diegene die interesse hebben in de opstand zeker boeien; en de het samenkomen van een georganiseerde stroming en de massa’s en hoe deze heeft plaats gevonden.

Victor Serge – L’an 1 de la révolution, Éditions La Découverte, 1997

Dit boek werd geschreven door een fascinerend personage die een kritische verhouding heeft gehad ten opzichte van het bolsjewisme en met Trotski discuteert over Kronstadt, over de oorsprong van het stalinisme, de kwestie van ethiek, van de politionele repressie door de Tsjeka Serge is een figuur van het anarchisme die zich interesseert in de Russische revolutie via de het revolutionair syndicalisme. Zijn boek verdedigt de revolutie maar zonder ophemeling of idealisering van de situatie. Serge voelt aan dat het conflict zeer hard zal zijn en de gevolgen verschrikkelijk zullen zijn voor de revolutie.

Analyses door deelnemers

Trotski – Geschiedenis van de Russische revolutie (1932)

https://www.marxists.org/francais/trotsky/livres/hrrusse/hrrsomm.htm

Dit boek blijft een meesterwerk dat gelezen mag worden. Het is niet enkel een feitenrelaas maar ook een theoretische denkoefening. Trotski tracht de complexiteit van de gebeurtenissen weer te geven via een verhaal dat zowel ruimte geeft aan de feiten, de interpretatie ervan als de handelingen van de verschillende actoren. Zijn interpretatieschema steunt op de ‘wet van de dynamische en gecombineerde ontwikkeling’, waarbij de Russische revolutie zich ontwikkelt als deel van een groter geheel waarbij het wereldkapitalisme als uitgangspunt wordt genomen. Alle sociale formaties worden meegezogen in de kapitalistische wereldontwikkeling en alle maatschappij, ook de meest achterlijke worden erdoor veranderd. Er zijn ongelijkheden en verschillen in ritmes. De sociale tegenstellingen zijn hierdoor ook variabel in intensiteit en veranderlijk inzake vorm. De sociale tegenstelling dor een zeer talrijke boerenbevolking en zeer ontwikkelede eilandjes van neokapitalisme is één van de basiskernmerken van Rusland. De adel en de staatsinstellingen staan echter achter op de ontwikkeling van het kapitalisme en slagen er niet in deze te bemeesteren. Rusland is bijgevolg op een aantal vlakken de ‘zwakste schakel’ van de wereldordening. De oorlog verscherpt deze situatie en verzwakt de elite waarbij de burgerij niet de rol kan spelen die ze in andere landen van Europa weet te spelen.

De arbeidersklasse is een kleine minderheid binnen de bevolking maar ze is wel zeer ontwikkeld en gepolitiseerd. De middenklasse is bijna onbestaand en de burgerij is zeer onzeker en is niet in staat de democratische revolutie af te dwingen vermits ze volledig wordt overschaduwd door een talrijke reactionaire en tegelijkertijd blinde adel.

De kracht van het boek bestaat erin te breken met het marxistisch evolutionisme dat destijds stelde dat revolutie enkel in kernlanden van kapitalisme kon plaatsvinden en in de periferie eerst een burgerlijke revolutie moest volbracht worden. In die zin is het boek van Trotski een toegepaste analyse van zijn theorie van ‘permanente revolutie’.

Het proletariaat moet een leidende rol spelen en zal zich zeer snel geconfronteerd worden met de bestaande ordening en niet enkel met een autocratische adel. De dynamiek van permanente revolutie is een onderdeel van het wereldsysteem analyse die Trotski ontwikkelt en impliceert ook een strategie die bovennationaal is. De revolutie zal namelijk moeten geëxporteerd worden en zal een internationale karakter moeten krijgen. Dit gebeurde ook, eerst en vooral binnen het Russische imperium. In Rusland alleen zal het niet mogelijk zijn een sociaal rechtvaardiger systeem te ontwikkelen, zoals bij voorbeeld met een verzorgingsstaat, zonder zelfs te spreken over socialisme en communisme.

Dit internationaal aspect is aanwezig in het boek vanaf de eerste bladzijden. Het is daarom zowel een theoretisch als historisch meesterwerk. Trotski heeft het boek in ballingschap geschreven en had weinig of geen toegang tot bronnen en moest dus het hele feitenrelaas heropbouwen. Over dit aspect bestaat er ook een zeer goede tekst van Michael Burawoy

« Two methods in search of science : Skocpol versus Trotski». Burawoy analyseert het boek van Trotski en vergelijkt het met een ander boek dat in de jaren ’60 verscheen van Theda Stocpol en een soort neo-weberiaanse poging was om de Russische en Franse revolutie te analyseren. Het is één van de beste teksten over de methodologie van Trotski.)

Trotski’s boek werd besteld door een buitenlands uitgever voor een niet Russisch publiek en vertaald in verschillende talen. Het is de eerste poging om een globale geschiedschrijving toe te passen al werd het geschreven door een actor van deze gebeurtenissen. Alle andere historici hebben zich dus op één of andere wijze moeten meten met dit boek. Het enige boek dat zich ergens op hetzelfde niveau kan situeren is de biografie van Trotski geschreven door Isaac Deutscher.

Soukhanov – La révolution russe, 1917, Stock, 1965

Dit is een briljant boek niet zozeer om de theoretische diepgang dan wel voor het anekdotisch karakter in de goeie zin van het woord. Het toont ons binnen-keuken van de revolutie. Het boek is geschreven vanuit standpunt van een bolsjewiek die zich tegen een staatsgreep verzet maar toch voldoende eerlijk is om de feiten onder ogen te zien en te erkennen dat de bolsjewieken over een echt draagvlak beschikken onder het volk. Hijzelf is niet direct lid van de partij maar zijn vrouw wel. Hij kan dus alle vergaderingen volgen en soms letterlijk door het sleutelgat afluisteren.

De militante geschiedschrijving

Pierre Broué, Le Parti bolchévique – histoire du PC de l’URSS, Les Éditions de Minuit, 1963.

https://www.marxists.org/francais/broue/works/1963/00/broue_pbolch.htm

Het boek van P. Broué over de geschiedenis van de bolsjewieken blijft nog steeds een zeer goeie basis. Hij ontwikkelt een analyse die volledig anders is dan de klassiek stalinistische. Deze laatste heeft altijd de neiging te wijzen op het ‘genie’ van Lenin en overschat de eenheid van de partij, alsof deze als een leger (uitgezonderd enkele verraders) ter beschikking zou staan van de partijleiding. 1917 zou niets meer zijn dan een orakel dat zich natuurlijk moest realiseren. Broué toont aan dat er verschillende bolsjewieke sub-stromingen waren, dat de partij heel divers en heterogeen kon zijn en een heel gamma verschillende ideeën terug te vinden waren. Broué baseert zich talrijke en verschillende (geschreven) bronnen. Het blijft een belangrijk boek dat als handleiding werd gebruikt voor heel wat generaties van Franse trotskisten van de jaren 1960 en 1970, zowel van de toenmalige LCR, Lutte Ouvrière of de PCI-OCI van Pierre Lambert tot dewelke Pierre Broué zelf behoorde.

Jean-Jacques Marie, Les Bolcheviks par eux-mêmes, en collaboration avec Georges Haupt, Paris, Éditions François Maspero, 1969.

Dankzij ene bundeling van autobiografische documenten geeft de Franse lambertist Jean-Jacques Marie inzicht in de veelzijdig parcours, van de bolsjewieken van het eerste uur. Heel veel militanten hebben heel wat verschillende watertjes doorzwommen.

Tony Cliff, Lenin (3 tomes, 1975-1979)

https://www.marxists.org/francais/cliff/1975/construire/index.htm

https://www.contretemps.eu/cliff-lenine-devient-marxiste/

Het boek van Tony Cliff is waarschijnlijk de meest uitgewerkte versie van een militante geschiedschrijving. Cliff was de oprichter van de stroming International socialisme, een heterodoxe stroming die in de jaren ’50 breekt met de trotskistische orthodoxie en een diep meningsverschil uitdrukt ten opzichte van de klasse-aard van USSR. Cliff verdedigde de stelling dat de Sovjet-Unie van staatskapitalistische aard was in plaats van een ontaarde arbeidersstaat te zijn. De USSR kon daarom niet verdedigd worden.

Cliff had op analytisch vlak veel punten gemeen met CLR James of Raya Dunayevskaya in de VS, of met de stroming rond Cornelious Castoriadis en Claude Lefort van “Socialisme ou Barbarie” in Frankrijk. Een belangrijk links anti-stalinistisch milieu vond zich terug in deze analyse. Deze stroming heeft zich eerst uitgebouwd rond een organisatie met relatief onscherpe afbakening, redelijk federalistisch gestructureerd die ook ‘luxemburgistisch’ kan gedefinieerd worden. Het begrip van ‘libertair leninisme’ dat onder meer door Marcel Liebman werd uitgewerkt in zijn boek ‘het leninisme onder Lenin’ past in feite wel bij deze eerste fase. Vanaf de jaren ’70 is deze trotskistische organisatie sterk uitgegroeid en verandert van naam in SWP. Het is in deze periode dat Cliff terug komt op de geschiedenis van Lenin aan de hand van dit boek in drie delen. Hij laat onder meer zien dat Lenin geobsedeerd is door de uitbouw van een organisatie, en dit in tegenstelling tot Trotski die in zijn jongere periode op een veel lossere wijze functioneert. Cliff wil laten zien dat deze obsessie zich vertaalt in een zeer grote standvastigheid inzake principes gedomineerd met een flexibiliteit op tactisch vlak. Hij legt de nadruk op de wijze hoe Lenin het roer kan omgooien in functie van de politiek omstandigheden waarbij een aantal belangrijke strategische en tactische conclusies genomen worden en een nieuwe oriëntatie moet bepaald worden.

Het boek van Cliff heeft natuurlijk ook ene politieke boodschap vermits hij op dat ogenblik hetzelfde wil doen met de SWP en een zekere afstand wil nemen van de voorgaande federalistische en anarchiserende fase waarin deze organisatie zich bevond. Er is dus zeker sprake van projectie in zijn geschriften over Lenin. Dit is althans de kritiek gemaakt door Lars Lih in zijn biografie van Lenin (Les prairies ordinaires, 2015), waarin hij de nadruk legt op de continuïteit van het denken van Lenin met onder meer Karl Kautsky en deze stromingen binnen de Duitse sociaaldemocratie.

Volgens Cliff is de revolutie van 1917 de geslaagde uitvoering van de tactische flexibiliteit van Lenin Een van de scherpe kenmerken van Lenin situeert zich in het feit dat hij politieke strijd voert in zijn eigen organisatie, dikwijls tegen de gangbare opinies in van kaders en ervaren militanten. Volgens Cliff bestaat er altijd een organisatorisch conservatisme tegen dezelfde constant een strijd gevoerd moer worden. De geschiedenis van 1917 kan dus ook gelezen worden doorheen de bril van een golf van aansluitingen door jonge geradicaliseerde arbeiders die de rangen van de Bolsjewieken vervoegen en bereid zijn te luisteren naar de april stellingen van Lenin volgens dewelke de partij de macht moet grijpen terwijl de kaders van de partij heel twijfelachtig staan ten opzichte van deze optie. De stelling van Cliff is interessant omdat hij wijst op het feit dat Lenin in feite constant zijn eigen organisatie overrompelt en de routine bekampt waarbij de specifiteit van elke situatie wordt ontkend . Het is een redelijk voluntaristische visie over Lenin die een dynamische organisatie uitbouwt. De organisatie is in constante evolutie want er zijn ook ideologische strijd te voeren binnen de organisatie.

Jean Barrot, Communisme et question Russe, La Tête de feuilles, 1972

Dit boek kan gesitueerd worden als deel uit makend van de ultralinkse anarchistische traditie stelt de vraag of de Russische revolutie niet van in het begin ene soort burgerlijke revolutie is geweest. De onderontwikkeling van de productiekrachten krijgt enige aandacht alsook het mislukken van de internationale revoluties in Europa. Sommigen stellen dat dit onafwendbaar was, ander niet, en dat de nederlaag van de Duitse revolutie een sleutelgegeven is.

De vraag is dan of de Russische revolutie van in het begin een soort jakobijnse revolutie was waarbij een agerende minderheid zich in de plaats en in de naam van het volk opstelde zonder enige andere horizon dan een (staatskapitalistische burger) of integendeel het idee van een verraden revolutie, eigen aan de trotskistische stromingen behouden moet worden, al dan niet met of zonder Kronstadt en het vredesverdrag met Duitsland van Brest-Litovsk.

Ander ‘ultralinkse’ analyses steunen op de bronnen die meestal door anarchistische stroming worden aangewend om de bolsjewieken te beschuldigen altijd stalinistische geweest te zijn (Voline, Maximov, de geschiedenis van Makhno en zijn ‘makhnovistnya’ etc).

De sociale geschiedschrijving

Alexander Rabinowitch is de grondlegger van deze historiografische beweging. Het is een interessante figuur vermits hij uit een familie komt van uitgeweken mensjewieken en de hele complexiteit en tegenstrijdigheid van de situatie laat zien.

Zijn eerste boek Prelude to Revolution handelde over de juli-dagen van 1917 maar zijn belangrijkste boek is het daarop volgende Les Bolcheviks prennent le pouvoir. Hij heeft dit werk verder gezet en schreef dan een boek over de eerste jaar van soviet-macht uitoefening in Peterograd. The Bolsheviks in Power: The First Year of Soviet Rule in Petrograd . Vandaag schrijft hij een boek over het tweede jaar, wanneer de burgeroorlog uitbreekt en de revolutie zich moet verdedigen op dat terrein. Het is op dat ogenblik dat alle allianties, coalities met linkse socialist-revolutionaire en sommige internationalistische mensjewieken zoals Martov afgesloten worden. De logica van militarisering van de revolutie krijgt de overhand en de repressieve en autoritaire praktijken nemen toe.

Alexander Rabinowitch, Les Bolcheviks prennent le pouvoir, La Fabrique éditions, 2016

Dit boek is interessant omdat het de interacties tussen sommige leiders van de partij zoals Lenin en de spontane activiteit van geradicaliseerde volksmassa’s. Hun acties hebben dan weer een impact op andere franjes van de partij die zich weet uit te bouwen. De partij wordt evenzeer overrompeld door de gebeurtenissen als dat zij deze beïnvloed of bepaalt. De partij is ook tamelijk verdeeld, redelijk heterogeen en dat ook op geografisch vlak. In deze omstandigheden bestaat de kracht van Lenin erin de radicale energie te vatten en deze te integreren in een analyse met ordewoorden die mobilisaties ook een horizon aanreiken. Lenin surft anders gezegd ook op de situatie, beheerst niets en is veelal te laat. Hij probeert zich te positioneren ten opzichte van een proces dat hem overstijgt. Het boek toont goed aan dat de partij kansen kon verkwanselen en dat er geen enkele teleologie aanwezig was. Bijvoorbeeld bestond in juli de kans van een vroegtijdige opstand die gereprimeerd kon worden net zoals er in september zich zeer scherpe spanningen hebben ontwikkeld die bolsjewieken ditmaal wel hebben, op het nippertje kunnen kanaliseren.

Het boek van Rabinowitch heeft de baan geopend voor een hele reeks specifieke en lokale studies. Ik vermeldt de belangrijkste

Steve Smith, Petrograd Rouge, La Révolution dans les usines (1917-1918), Editions Les Nuits Rouges, 2017

Dit boek focaliseert zich op de fabriekscomités . Indien er weinig goeie geschiedschrijving bestaat over Soviets zijn er daarentegen heel wat over de fabrieksraden die via stakingen een basisrol spelen in de revolutie. En die ook zeer dichtbij de basis staan en in feite de bevolking in opstand organiseren. Het is ook daar dat de bolsjewieken het snelst een meerderheid achter hun standpunten krijgen. Maar het is ook binnen deze comités dat de tegenstellingen zich ontwikkelen. In het radicaliseringsproces willen de arbeiders ook de productie controleren en de machtsverhoudingen omkeren.

Er is ook een hele analyse van de ontwikkeling van arbeiderscontrole. Hoe de arbeiders enerzijds niet onmiddellijk de fabriek willen overnemen maar een veto-rechts inzetten en aldus de bestaande machtsverhoudingen ontwrichten. Een soort overgangsperiode wordt ingezet waarbij fabrieken private ondernemingen blijven maar gecontroleerd worden, enerzijds van bovenaf via Soviets en anderzijds van onderuit via economische controle. Maar dit scenario van een geleidelijke overname valt stilt want de eigenaars vluchten weg. Na de revolutie wordt er steeds meer van bovenaf bepaald wat en hoe er moet geproduceerd worden, met de nadruk op een tamelijk autoritair bestuur met taylorisering van de productie.

Op dit punt kunnen we ook het boek van Robert Linhart bestuderen. Robert Linhart, Lénine, les paysans, Taylor. Essai d’analyse matérialiste historique de la naissance du système productif soviétique (Paris, Le Seuil, 1976; rééd. 2010.)

David Mandel, Les soviets de Petrograd: Au cœur de la Révolution russe (1917-1918) (Syllepse, 2017)

Geschreven door iemand die dicht staat bij de 4de internationale is dit boek een zeer gedetailleerde studie van de revolutionaire arbeidersvoorhoede van Petrograd. Hij detailleert vormen van zelfopvoeding en de ethiek van arbeiders-waardigheid (workers resistance & workers dignity) en een belangrijke rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van solidariteit die de opstand is vooraf gegaan. David Mandel steunt op talrijke bronnen en toont op gedetailleerde wijze aan welke banden er bestonden de bolsjewieken en de arbeiders voorhoede. Toont ook aan dat er een convergentie bestond tussen de politieke lijn van de bolsjewieken en de autonome tendensen van de arbeidersvoorhoede. Zie ook October 1917. Workers in power (editor Fred Leplat & Alex de Jong Authors: Paul Le Blanc, Ernest Mandel, David Mandel, François Vercammen, and contemporary texts by Rosa Luxemburg, Lenin, Leon Trotsky. Published by Merlin Press, the IIRE and Resistance Books) alsook Factory Commitees and Workers’ Control in Petrograd in 1917  (https://www.iire.org/node/683)

Diane P. Koenker, Moscow Workers and the 1917 Revolution, 1981

Dit boek werpt een licht op de arbeidersklasse van Moscou en haar politieke evolutie. De auteur observeert een gelijkaardig fenomeen als wat er in Petrograd is gebeurd, al is de dynamiek minder intens in Moscow waarvan de industrie minder ontwikkeld is. De revolutie is er bijgevolg gewelddadiger en de gewapende strijd in de stedelijke omgeving is eveneens intenser.

Kevin Murphy, Revolution and Counterrevolution, Class Struggle in a Moscow Metal Factory, Berghahn, 2005

Deze studie is een monografie van een belangrijke fabriek in Moscow van 1919 tot einde jaren 1920. De fabriek was een bastion voor de bolsjewieken vooraleer de naam te dragen van ‘hamer en sikkel’. Het boek beschrijft op gedetailleerde wijze de ontwikkeling van de georganiseerde netwerken, de mobilisatie maar ook de demobilisatie tijdens de burgeroorlog waarbij de arbeidersklasse en vooral de meest bewuste lagen massaal sterven op het front. Daarna volgt de periode van heropbouw van organisaties in de loop van de jaren ’20 met een steeds bureaucratische werking waarbij zelforganisatie en initiatief van onderuit steeds meer wordt beknot of zelfs wantrouwen bekeken.

Murphy toont desalniettemin aan dat, ook in een zeer moeilijke periode, in de jaren 1920, de veroveringen van Oktober behouden bleven. Arbeiders hebben niet de macht niet totaal verloren. Het zeker geen wenselijke ‘arbeidersstaat’ vermits een politiestaat de overhand heeft genomen en repressie met autoritarisme combineert maar de capaciteiten van actie en de realiteit van een tegenmacht, onder meer op de werkvloer duurt tot eind van de jaren ’20. Daarna volgt de gedwongen collectivisering en industrialisering. http://isreview.org/issues/57/feat-russianrev.shtml ; https://www.marxists.org/history/etol/newspape/isj2/2006/isj2-110/murphy.html en

Ronald Suny, The Baku Commune, 1917-1918: Class and Nationality in the Russian Revolution (Studies of the Harriman Institute, Columbia University), 1972

Historische studie van de arbeidersklasse die noch rond de olie-industrie had gevormd in Baku in Azerbaïdjan. Een duidelijke illustratie van de ongelijkmatige en gecombineerde ontwikkeling, Azerbaïdjan is nog meer onderontwikkeld dan Rusland maar had reeds een sterke arbeidersklasse dankzij de concentratie van de olie industrie. Daarbij komt een nationaliteiten vraagstuk waarbij niet enkel het recht op zelfbeschikking van de Azeri een rol speelt maar ook de conflicten met andere nationaliteiten Armenen) . Het boek blijft een en studie van de klassen maar integreert ook andere kwesties zoals nationale identiteiten waarmee de bolsjewieken rekening hebben weten te houden.

Wendy Goldman, Women, the State and Revolution: Soviet Family Policy and Social Life, 1917-1936 (Cambridge Russian, Soviet and Post-Soviet Studies), 1993

Dit is de eerste synthese van de rol van de vrouwen in het verloop van de Russische revolutie. Goldman biedt de lezer een historische analyse aan die vertrekt van de Russische revolutie en reikt tot de stalinisme en de sovjet grondwet die in 1936 alle verworvenheden van de revolutie omkeert. Andere boeken hebben de rol van deze of die vrouwen benadrukt, van de vrouwenorganisatie maar Goldman concentreert zich op alle vrouwen, van de volksmassa, de arbeidsters en hun acties tijdens het revolutionair proces. Het is een historische analyse in de trant van EP Thompson die in feite gender en de plaats van vrouwen volwaardig weet te belichten.

We raden ook het belangrijke werk aan van Rex Wade over de rode garde en de arbeidersmilities.

Rex Wade, Red Guards and Workers’ Militias in the Russian Revolution, Stanford University Press, 1984

Ook dit boek gaat aspecten belichten die een heel ander licht werpen op de historische realiteit en van de jaren 1920 en 1930. Het stelt ons ook in staat beter inzicht te hebben in de revolutionaire energie en haar impact op vlak van het dagelijks leven, de cultuur, het gezin, alsook in de zeden. Dan Healey : Homosexual Desire in Revolutionary Russia: The Regulation of Sexual and Gender Dissent, University of Chicago Press, 2001

Dit boek werpt een blik op homoseksualiteit en laat zien dat dit gegeven niet noodzakelijk verbonden was met criminaliteit, alcoholisme of prostitutie, al bestond er wel degelijk een kritiek op religie.

Er bestaan ook een hele reeks regionale studies die de kracht en de complexiteit van de revolutie in al haar facetten laten zien. In Finland was de revolutie even krachtig maar anderzijds was ook de contrarevolutie bijzonder bloederig.

Risto Alapuro, State and Revolution in Finland, University of California Press, 1988. Het zelfde geldt voor de baltische staten of in Oekraïne Ivan V Majstrenko, Borotʹbism. A chapter in the history of Ukrainian Communism, Soviet and post-Soviet politics and society, Vol. 61, Stuttgart Ibidem-Verl. 2007)

Dan zijn er ook studies over de Moslim-republieken. Dit aspect kan men het artikel lezen van Dave Crouch dat hier te vinden is https://www.marxists.org/history/etol/newspape/isj2/2006/isj2-110/crouch.html

Maar na de algemene tendens tot depolitisering die terug te vinden is bij de ‘cultural studies’ krijgen we recent opnieuw studies uitgevoerd door een generatie van vorsers die misschien geen militanten zijn maar wel sympathie hebben voor de Russische revolutie en belangrijke publicaties beginnen te produceren.

Brendan McGeever, The Bolsheviks and Antisemitism in the Russian Revolution, Cambridge University Press, 2017

Dit boek handelt over de strijd tegen antisemitisme tijdens de revolutie. Mc Geever toont niet alleen aan hoe moeilijk deze strijd was maar wijst ook op de deelname van de partij aan dit antisemitisme tijdens de burgeroorlog. Het was dus zowel een interne als externe strijd waarbij de bolsjewieken soms verkeerd handelden.

Gleb Albert, Das Charisma der Weltrevolution. Revolutionärer Internationalismus und frühe Sowjetgesellschaft, 1917-1927, (« The Charisma of World Revolution. Revolutionary Internationalism and Early Soviet Society, 1917-1927 ») Böhlau Verlag, 2017

Dit boek handelt over het internationalisme in Rusland en betreft ook het Duits nationale vraagstuk vermits in oktober 1923 het perspectief van een volksopstand in Duitsland de aanzien wordt als een dankbare en noodzakelijke uitbreiding van wat in Rusland gebeurd was. Hij toont aan dat het internationalisme iets écht was onder de bevolking en zich niet beperkte tot de opvattingen of toespraken van de leiders.

Eric Blanc, Anti-Colonial Marxism: Oppression & Revolution in the Czarist Borderlands, 1881-1917, Historical Materialism Book Series, Brill, 2017

Dit boek behandelt de niet-Russische bolsjewieken en hun rol tijdens de revolutionaire gebeurtenissen. Hij toont onder meer aan hoe deze groepen de russen hebben gedwongen het nationaliteitenvraagstuk volwaardig te behandelen. Het was geen geniale ingeving van Lenin maar integendeel een échte bijdrage van Joodse, Poolse, Finse bolsjewieken om oog te hebben voor deze kwestie en ze op volwaardige wijze te behandelen via het recht op zelfbeschikking.

Al deze nieuwe publicaties zijn het werk van vorsers en militanten die ergens wel een zekere sympathie hebben voor de Russische revolutie Ze schrijven niet in de optiek van een afwijzen maar trachten de complexiteit van de realiteit beter te vatten. Ze zorgen ervoor dat we vandaag veel minder een karikaturaal beeld kunnen ontwikkelen waarbij ze de emancipatorische dynamiek van de revolutie ten volle uitdrukking geven.

Vertaling: redactie Critica.be

[1] Class-Conflict, Political Competition and Social Transformation: Critical Perspectives on the Social History of the Russian Revolution” en “Political Leadership and Working-Class Agency in the Russian Revolution: Reply to William G. Rosenberg and S.A. Smith”

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*