De relevantie van Oktober 1917: een gesprek met China Miéville over de Russische Revolutie (deel1)

Wie zich wil verdiepen in de geschiedenis van de Russische Revolutie en hoopt tot inzichten te komen om het kapitalisme met meer slagkracht te bekampen, stelt zich vroeg of laat de vraag hoe het universele en het particuliere zich tot elkaar verhouden. Onvermijdelijk stoot je op de moeilijkheid om wat historisch specifiek was aan het Rusland van 1917, en aan het bolsjewisme, te onderscheiden van wat een meer algemene dynamiek vertegenwoordigt. We citeren uit het recent verschenen October van de gelauwerde auteur China Miéville : « Het was natuurlijk Ruslands revolutie, maar ze behoorde en behoort ook anderen toe. Ze zou ook de onze kunnen zijn. Als haar zinnen nog steeds onaf zijn, is het aan ons om ze te vervolmaken. »

In die geest ging Miéville recent het gesprek over de Russische Revolutie aan met Eric Blanc, historisch-socioloog en auteur van de binnenkort te verschijnen monografie Anti-Colonial Marxism: Oppression and Revolution in the Tsarist Borderlands (Brill Publishers, Historical Materialism Book Series).

Blanc – Typerend aan 1917 was de abrupte manier waarop de geschiedenis en het massabewustzijn kenterden– de metafoor die ik het meest tegenkom in memoires van tijdgenoten is die van de revolutie als een tornado. In ‘October’ stel je dat een van de belangrijkste eigenschappen van Lenin was dat hij in staat was om zich te richten naar en te enten op de snelle veranderingen en onvoorziene omstandigheden. Hoe kijk jij naar de verschillende actoren in 1917 en de manieren waarop ze omgingen met die stormachtige ontwikkelingen ? En welke van die benaderingen kunnen vandaag nog relevant zijn ? Ik moet zeggen dat ik het bijvoorbeeld nogal frappant vond om in het recente hoofdartikel van Salvage, een tijdschrift waar jij een van de redacteurs van bent, het volgende te lezen met betrekking tot de toegenomen populariteit van Corbyn : ‘Waar we geen rekening mee gehouden hadden, was hoe snel de dingen kunnen veranderen.’

Miéville – Ik weet natuurlijk wel dat dingen aan een duizelingwekkend tempo kunnen veranderen, ineens. Dat is ook de reden waarom ik nooit heb toegegeven aan welke vorm dan ook van sinister vasthouden aan de overtuiging dat fundamentele verandering onmogelijk is. Maar zoals je aangeeft, heb ik dat formele besef blijkbaar toch niet helemaal in me opgenomen.

Corbyn was geen complete verrassing uit het niets. Ik had al het vermoeden dat hij het beter zou doen dan veel mensen beweerden. Maar ik moet er niet flauw over doen : de schaal van het succes heeft me verbluft. Ik was nooit eerder zo blij me vergist te hebben. We staan nu al min of meer daar waar ik dacht dat we in het beste geval over vier jaar zouden raken als Corbyn het slim zou spelen. Niet dat ik het dus onmogelijk achtte, we zijn er wel veel sneller dan ik had verondersteld.

Het is goed om op die manier herinnerd te worden aan wat we allemaal denken te weten. Als er een les is die we kunnen trekken uit 1917 dan is het wel dat de situatie enorm vlug kan veranderen – ik denk niet dat het verkeerd is om de associatie met vandaag te maken. Ik vind het in feite prettig om daar op deze manier op gewezen te worden. Het is nuttiger om plotse verandering werkelijk te ervaren dan om erover te lezen of te schrijven, iets wat Lenin in Staat en Revolutie al stelde.

Als we kijken naar 1917 zelf heb ik de indruk dat een van de zaken die de mensjewistische intellectuelen typeerden – ook de erg briljante geesten onder hen – de neiging was om theoretische modellen te beschouwen als onwrikbare kaders. De morsige realiteit die zich voor hen afspeelde, wilden ze dan kost wat kost in die modellen doen passen, in plaats van de analyse te beginnen vanuit de complexe werkelijkheid.

Ik denk dat het precies het talent om dat laatste te doen was wat Trotski op zijn beste momenten zo bijzonder maakte. Dat gaat overigens ook voor Lenin op, zij het misschien dat hij iets minder bravoure op theoretisch vlak aan de dag legde. Wat hem typeerde was zijn ongelooflijke snelheid. Iedereen erkende Lenins gave om erg subtiele verschuivingen meteen te detecteren. Dat betekent niet dat hij nooit fout zat – hij had het vaak bij het verkeerde eind: over Kornilov[1] bijvoorbeeld in juli, of over bepaalde aspecten van de gebeurtenissen in oktober. Wat vooral hoogst ongewoon was, meer nog dan zijn aanvoelen van de veranderende omstandigheden, was zijn bereidheid om zijn eigen denkpistes volledig om te gooien. Je zou kunnen zeggen dat hij op een bewonderenswaardige manier compleet onsentimenteel omging met zijn eigen standpunten.

Blanc – Er zijn passages in het boek waarin je bijna medelijden krijgt met de bolsjewieken, die het met zo iemand aan de top van hun organisatie moeten doen.

Miéville – Om een straf voorbeeld te geven: terwijl Lenin tijdens de herfst van 1917 moest onderduiken, haalden zijn kameraden zich zijn bijna bijbelse toorn op de hals, gewoon omdat ze zijn geschriften van twee weken eerder in print brachten. Er bestaan weinig mensen wiens standpunten je daardoor gedateerd en vertekend weergeeft, maar in zijn geval was het wel degelijk zo.

Blanc – Het is ook belangrijk om stil te staan bij de mate waarin dit mogelijk was door het bestaan van een bolsjewistische partij. Lenin leest niet gewoon de krant maar is actief in een netwerk en krijgt in de hoedanigheid van organisator nieuws en verslagen van zijn kameraden op het terrein, die op hun beurt allerlei tussenkomsten doen en proberen te vatten wat er aan het gebeuren is. Dat wordt al eens vergeten – en dan krijg je enkel het beeld van Lenin het Genie. In zekere zin kan je zeggen dat het dit systeem is dat na 1917 ineenstuikt, wanneer de dynamiek tussen het middenkader en de partijtop, inclusief Lenin, stilvalt.

Miéville – Je krijgt zeker de indruk dat Lenin in 1917 heel nauwgezet de rapporteringen en standpunten van het middenkader opvolgt, ook al houdt hij niet altijd van hetgeen hij hoort. Daarom zijn de memoires van Eduard Dune, Notes of a Red Guard, zo interessant. Ze geven je inzicht in het bestaan en functioneren van die laag van betrokken kaderleden en de manier waarop ze, vaak scherpzinnig, aan politiek deden, debatteerden, nieuwe inzichten ontwikkelden, etcetera. Je hebt gelijk wanneer je zegt dat zij een essentiële rol speelden als Lenins ‘antennes’. Los daarvan moet je ook wel vaststellen dat Lenin uitzonderlijk was. Er waren bijvoorbeeld ook anderen die toegang hadden tot dezelfde netwerken en informatie, en die niet op dezelfde manier reageerden.

Blanc – Een van de meest hoopvolle ontwikkelingen van de voorbije jaren is de heropleving van socialistisch engagement onder jonge mensen. Deze heropleving voltrok zich grotendeels onder de vorm van een groeiende linkse sociaaldemocratie, zoals die (weliswaar op een verschillende manier) wordt uitgedragen door Corbyn in het Verenigd Koninkrijk en Bernie Sanders in de Verenigde Staten. Er is terug volop potentieel voor radicale invullingen van politiek, wat allemaal spannend en inspirerend is om te zien. Tegelijkertijd betekent dit eveneens dat we nu meer dan ooit een nuchtere balans moeten opmaken van de historische rol die sociaaldemocraten hebben gespeeld.

In het Rusland van 1917 is het debat dat het ganse jaar door woedt dat tussen radicalen en (bij gebrek aan een betere term) gematigde socialisten (mensjewieken en sociaal-revolutionairen in Centraal-Rusland). Veel van die laatstgenoemden traden in mei toe tot de regering en namen afstand van een groot deel van hun programma en streefdoelen; we vergeten vandaag veelal hoe militant het draagvlak van die partijen in het begin van het jaar wel was. In October leg je een grote nadruk op het historisch verzuim van de linkse mensjewieken geleid door Martov, vooral op het moment dat ze in oktober het Tweede Sovjetcongres verlieten. Denk je dat gematigde socialisten een andere rol konden gespeeld hebben in 1917 ? En mogen we vandaag van sociaaldemocraten verwachten dat ze andere keuzes maken dan hun tegenhangers van een eeuw geleden ?

Miéville – Zoals je zegt is het adjectief ‘gematigd’ nogal misleidend en niet echt nuttig omdat het erg uiteenlopende strekkingen, waarvan er vele best radicaal waren, op een hoop gooit. Ik denk dat die term dan ook best tussen aanhalingstekens wordt gezet.

Het lijkt me niet echt controversieel om te zeggen dat het antwoord op de vraag of het anders kon gegaan zijn bevestigend is. Ja natuurlijk. Niet in het minst omdat vele betrokkenen achteraf heel veel spijt hadden dat het niet anders gelopen was. De linkse mensjewiek Sukhanov heeft het zich denk ik tot op zijn sterfdag beklaagd dat ze zijn opgestapt van het Tweede Sovjetcongres. Hij noemde het zijn « grootste en meest onvergeeflijke fout » dat hij niet tegen Martov is ingegaan om op het congres te blijven.

Het wordt soms onvoldoende benadrukt dat slechts enkele uren vroeger, op diezelfde avond, er eensluidendheid was gekomen (mét instemming van Trotski) over hoe belangrijk het was dat er een socialistische regering zou komen, en geen exclusief bolsjewistische regering. Dat was toen een ongelooflijke doorbraak en de aanwezigen waren zich daarvan bewust. Ik vind het nu bijna kwellend om aan dat moment te denken, om te beseffen dat er een heel andere dynamiek geweest kon zijn. Zelfs als de socialisten van rechtse signatuur sowieso gingen opstappen dan waren er nog een heel aantal niet-rechtse niet-bolsjewieken wiens aanwezigheid een substantiële impact zou hebben gehad op de koers en methodologie van de Sovjetregering.

Blanc – Het is in die optiek ook van belang om op te werpen dat in andere delen van het Russische rijk de zaken anders zijn gelopen. In Finland bijvoorbeeld hebben de meeste van de socialistische aanvoerders die in de loop van 1917 maar wat treuzelden uiteindelijk, wanneer het erop aankwam, in januari 1918 de kant van de revolutie gekozen. Ik heb recent een erg aangrijpende brief gevonden van een Finse gematigde socialistische voorman die zich net na de Finse opstand van januari tot zijn dochter richtte. Hij legt haar uit dat, hoewel hij gekant was geweest tegen een gewelddadige revolutie, hij vond dat het zijn plicht was om de partij en de arbeiders niet in de steek te laten nadat tot de opstand was besloten.

Miéville – Absoluut. Het toont aan in welke mate het anders had kunnen lopen. Ik weet dat het compleet utopisch en van de pot gerukt zou zijn om te stellen dat daardoor alles goed zou zijn gekomen. Ik ben er echter wel van overtuigd dat er een reële impact zou zijn geweest door de aanwezigheid van kameraadschappelijke maar kritische en rigoureuze, alternatieve stemmen binnen de revolutionaire beweging.

Wat de huidige situatie betreft, ik vind dat er een weinig zinvolle tendens bestaat bij sommigen van uiterst linkse strekking om steevast iedereen met wie ze het niet eens zijn weg te zetten als overlopers, verraders of iets in die trant. Voor enkelen gaat dat misschien ook echt op, maar niet voor allemaal. Wanneer je een sociaaldemocraat bent omdat je gelooft dat je tegen elke poging om het kapitalisme op revolutionaire wijze omver te werpen moet zijn, dan zal ik nooit je goeie kameraad worden. Wanneer je een sociaaldemocraat bent omdat, hoezeer je ook bent gehecht aan het idee het kapitalisme omver te werpen, je dit momenteel niet meteen op de agenda ziet komen, dan is dat een ander verhaal. Voor hetzelfde geld ben je een serieuzere activist dan veel vermeende revolutionairen. Gaat het niet hierover : hoe reageer je wanneer het aanvoelen van wat mogelijk is verschuift en er plots toch een veel radicalere invulling op het programma komt te staan?

Ik denk met andere woorden dat het misleidend is om veralgemeningen te maken over sociaaldemocraten of over linkse sociaaldemocraten (en zelfs liberalen – ik citeer graag Richard Seymours opmerking dat politiek gezien er een scherpe tegenstelling is tussen een liberalisme dat trouw is aan liberale idealen en een liberalisme dat trouw zweert aan de liberale staat). Je weet niet wie je vrienden, kameraden en vijanden zullen zijn tot het perspectief van werkelijk radicale verandering opdoemt.

Blanc – Ik ben het eens met wat je schetst, maar aan de keerzijde van die situatie zie je wel de enorme druk die door de heersende klassen wordt uitgeoefend op iedereen die socialist is. In april 1917 bijvoorbeeld, toen het duidelijk was dat de Voorlopige Regering niet ging standhouden zonder de medewerking van de socialisten, drong de keuze zich op om bepaalde gematigde socialisten aan boord te heisen. Het gaat dus niet enkel om het politieke gedrag van individuen maar over het mechanisme waarbij men, met het oog op de handhaving van het systeem, ruimte geeft aan of zich bedient van krachten die geloofwaardigheid genieten bij de werkende klasse. We zien dit ook gebeuren in andere delen van het rijk en eveneens tijdens de naoorlogse revolutionaire golf in Europa.

Miéville – Dat klopt. Ik ben hier nogal schetsmatig bezig over ideeën (steeds wisselvallig en elastisch) en over ‘overtuiging’. In feite hebben we het over mensen als politieke factor. Wanneer je als activist onder bepaalde omstandigheden overweegt om deel te worden van een bureaucratisch staatsapparaat binnen een kapitalistisch kader, lijkt me de volgende vraag in de eerste plaats van belang : hoe verhoud je je tot werkelijke weerstand en koersverandering ? Het staat buiten kijf dat er binnen de sociaaldemocratie (ook op de meest linkse flank) een heel sterke neiging bestaat om die weerstand te dempen. Toch denk ik niet dat dit onvermijdelijk altijd zo hoeft te zijn. Eens er werkelijk alternatieven in zicht komen zullen er zelfs onder hen die deel uitmaken van dat apparaat zijn die vaststellen (allicht tot hun eigen verbazing en tot die van ons) dat ze hun schouders willen zetten onder een echt emancipatorisch project.

De pendant van deze benadering is een veelal ietwat patserige, zelfingenomen strategie van voortdurende spanningsopbouw. Wanneer ik de tegenstelling in zijn uitersten overschouw, tussen enerzijds een ultralinkse strategie van het cultiveren van spanning en anderzijds de reformistische sociaaldemocratische strategie van het streven naar verbeteringen binnen het systeem, vraag ik me af of het ideaal van de dialectische opheffing van de twee niet mogelijk is. Misschien is het beste wat je kan doen heen en weer bewegen tussen de twee, met een verschillende intensiteit op verschillende momenten.

Blanc – Misschien is het vooral een kwestie oog te hebben voor dit spanningsveld…

Miéville – Inderdaad. Het gaat om het besef dat een gezonde beweging voor verandering vertegenwoordigers van beide stromingen moet samenbrengen.

 

vertaling en bewerking Hanne Provoost & redactie Critica.be

[1] NVDR Kornilov was een ultra-rechts conservatieve generaal die onder de regering Kerenski het bevel voerde in de oorlog tegen Duitsland. Hij ondernam eind augustus een poging van putch die echter werd verijdeld toen Kerenski ervoor koos zich tegen Kornilov te keren.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*