Etienne Balibar over de ‘dictatuur van het proletariaat’

Etienne Balibar was leerling van Louis Althusser en (kritisch) lid van de PCF, de Franse communistische partij waarvan hij in 1981 werd uitgesloten. In 1976 gaf de Franse communistische partij formeel de ‘dictatuur van het proletariaat’ op als een strategische fase in de overgang naar het communisme in West-Europa. Voor Etienne Balibar was dit een verkeerde keuze, al stelde hij ook dat dit begrip al te dikwijls verkeerde wijze werd gehanteerd én begrepen. Zo werd werd het begrip geassocieerd met het autoritair en bureaucratisch regime dat werd opgebouwd onder impuls van Jozef Stalin. De dictatuur van het proletariaat zou met andere woorden het latere totalitaire regime aankondigen.

De tanende populariteit van het ‘reëel bestaande socialisme’ van het Oost-Blok bracht verschillende West-Europese communistische partijen ertoe die ervan te distantiëren via een toenemende identificatie met de parlementaire democratie. De beslissing van de PCF om de ‘dictatuur van het proleteriaat’ op te geven en te kiezen voor ‘een democratische weg naar het socialisme’ weerspiegelt deze evolutie. Deze keuze werd door Etienne Balibar betreurd wat hem in 1976 heeft aangezet tot het schrijven van een traktaat over deze kwestie (“Sur la dictature du prolétariat”, éd. François Maspéro, Parijs, 1976, 298p.).

Vandaag is dit begrip compleet onder het stof beland wat natuurlijk ook gevolgen heeft op bepaalde politieke praktijken. Ten eerste wordt de sociale aard (ofte het ‘klasse-karakter’) van de Staat en van de staatsinstellingen niet meer onder ogen gezien. Al te dikwijls handelt men alsof de staat neutraal zou zijn vanuit het oogpunt van haar klasse-karakter. Bijgevolg zou het aan de macht komen van de juiste politieke partij met het juiste programma volstaan om een andere weg in te slaan. De balans van het regeringsbeleid van links populistische krachten in Latijns-Amerika of van Syriza in Griekenland wijzen echter op de problematische aard van dergelijke verhouding tot de instellingen. De ervaringen van Bolivia, Ecuador of Venezuela tonen duidelijk aan dat zelfs een nieuwe grondwet met meer democratische rechten voor het volk niet volstaat om échte verandering in te zetten. De oligarchie bezit noch steeds de échte macht en mobiliseert constant delen van het staatsapparaat dat ze rechtstreeks controleert terwijl regeringsbeslissingen worden gesaboteerd. De Griekse tragedie met Syriza bevat gelijkaardige belangrijke politieke lessen.

Wanneer Lenin het ordewoord van een ‘dictatuur van het proletariaat’ verdedigt betekent dit in de context van de Russische revolutie in eerste instantie ‘alle macht aan de soviets’. De soviets (wat zoveel betekent als ‘raad’) die zich in fabrieken, kazernes, wijken en ganse steden hadden ontwikkeld dienden het centrum te worden van de gemobiliseerde macht van de arbeiders, soldaten en boeren. Deze volksraden moesten ook de bouwstenen te worden van de nieuwe staatsmacht die volgens Lenin samengevat kon worden onder het motto van de ‘democratische dictatuur van het proletariaat’. Een soort antithese van de ‘ondemocratische dictatuur van de adel en de burgerij’ onder leiding van Tsar Nicolas II.

De interventie van Etienne Balibar over deze kwestie is vandaag nog steeds relevant. Zijn betoog benadrukt het feit dat de ‘waarheid’ van dit begrip zich in de objectieve ontwikkeling van de klassenstrijd situeert. Deze klassenstrijd wordt op een bepaald ogenblik zo fel dat de kwestie van de macht en de machtsovername gesteld kan worden.

Natuurlijk kan men vandaag de vraag stellen of dergelijke formulering van methode en doelstelling van de strijd nog werkbaar is, laat staan op verstaanbare wijze gehanteerd kan worden. Democratische verzuchtingen zijn sterk aanwezig, met inbegrip onder mensen die zich ideologisch eerder rechts benoemen. Anderzijds groeit ook het sentiment dat er ‘orde op zaken moet gesteld worden’, en verwachten vele mensen alle heil van ‘een sterke leider’. Niet volledig los daarvan moet de vraag gesteld worden hoe de belangen van de sociale meerderheid van de bevolking in beleidsdaden kunnen vertaald worden en welke houding moet aangenomen worden wanneer reactionaire krachten, die enkel een minderheid van de bevolking vertegenwoordigen, progressieve of antikapitalistische maatregelen saboteren, zoals vandaag het geval was in Chili tegen het beleid van Salvador Allende.

Daarom is het belangrijk een paradigmashift, een system-change of een revolutie ook te verstaan als een politiek gebeuren waarbij de verandering ook de machtsverhoudingen wijzigt zodat de kleine minderheid haar dikwijls onzichtbare dictatuur niet meer kan uitoefenen.

De redactie verwelkomt bijdragen en commentaar over de stellingen van Etienne Balibar en de al dan niet bestaande noodzaak om een begripsvorming te ontwikkelen die ook de politieke dimensie van een revolutionaire transformatie van de huidige laatkapitalistische ordening voor ogen houdt.

______________________________

“De reden is dat de dictatuur van het proletariaat niet een politiek  bestuursvorm is of een strategie die een bijzondere vorm van regering of instellingen betreft, maar, integendeel, een historische werkelijkheid. Meer precies is het een realiteit die zijn wortels in het kapitalisme zelf heeft, en die betrekking heeft op het geheel van de overgangsperiode naar het communisme, “de realiteit van een historische tendens”, een tendens die zich begint te ontwikkelen binnen het kapitalisme zelf, in de strijd ertegen (hfdst. 5). Het is niet “een mogelijk pad van overgang naar het socialisme”, een weg die kan of moet worden “gekozen” in bepaalde historische omstandigheden (bijvoorbeeld in het “achtergestelde” Rusland van 1917) maar wel een pad dat kan en moet worden afgewezen voor een andere, verschillende “keuze”, voor het “democratische”, politiek en industrieel geavanceerde West-Europa. Het is niet een kwestie van keuze, een kwestie van beleid: en daarom kan het ook niet “verlaten” worden, net zo min als de klassenstrijd kan “verlaten” worden, behalve in woorden en ten koste van enorme verwarring.

In het hieronder weergegeven fragment schetst Balibar de theoretische architectuur van Lenins begrip van de dictatuur van het proletariaat. 

“Iedereen weet dat Lenin nooit een ‘verhandeling’ schreef met in de titel ‘Over de dictatuur van het proletariaat’, en evenmin hebben Marx en Engels dat gedaan. Wat Marx en Engels betreft, zijn de redenen duidelijk: afgezien van de korte en fragmentarische ervaringen van de revoluties van 1848 en van de Commune van Parijs, waarvan ze in staat waren de belangrijkste tendens te ontdekken en te analyseren, zijn ze nooit in staat geweest “echte voorbeelden” van de problemen van de ‘dictatuur van het proletariaat’ te bestuderen. Bij Lenin is de reden verschillend: voor de eerste keer werd Lenin geconfronteerd met de praktijkervaring van de dictatuur van het proletariaat. Deze ervaring was toen buitengewoon moeilijk en tegenstrijdig.  De tegenstrijdigheden van de dictatuur van het proletariaat, zoals ze zich in Rusland begon te ontwikkelen, vormden het voorwerp van Lenins analyse en argumenten. Als men dit feit vergeet, kan men gemakkelijk vervallen in dogmatisme en formalisme: leninisme wordt dan weergegeven als een afgewerkte theorie, een gesloten systeem ̶ wat het ook te lang het geval was voor communistische partijen. Maar als men aan de andere kant genoegen neemt met een oppervlakkige visie op deze tegenstellingen en hun historische oorzaken, en als men tevreden blijft met het simplistische en valse idee waarbij men zou moeten “kiezen” tussen het standpunt van de theorie en dat van de geschiedenis, de theorie en het echte leven en de praktijk, en als men bovendien Lenins argumenten gewoon als een weerspiegeling van de steeds veranderende omstandigheden interpreteert ̶ die minder van toepassing zijn hoe verder ze in de geschiedenis verwijderd zijn ̶ dan worden de werkelijke oorzaken van deze historische tegenstellingen onbegrijpelijk, en onze eigen relatie tot hen onzichtbaar. Men vervalt dan in de wereld van de subjectieve fantasie. In zijn concrete analyses en zijn tactische ordewoorden doet Lenin een permanente inspanning om de algemene historische tendensen te begrijpen en het overeenkomstige theoretische concept te formuleren. Als men dit concept niet begrijpt, zal men niet op een kritische en wetenschappelijke wijze, de historische ervaring van de dictatuur van het proletariaat kunnen bestuderen.

Om zo duidelijk mogelijk te zijn zal ik voorafgaandelijk en bloc vaststellen wat mij de basis lijkt te vormen van de theorie zoals men die bij Lenin vindt.

De theorie van de dictatuur van het proletariaat kan overzichtelijk worden samengevat in drie argumenten, of drie soorten argumenten, die door Lenin onophoudelijk worden herhaald en op de proef gesteld. Men vindt ze in identieke vorm, expliciet of impliciet, op elke pagina van de teksten van Lenin die tijdens de periode van de Russische revolutie geschreven werden. In het bijzonder worden ze elke keer weergegeven wanneer een kritieke situatie of een dramatisch keerpunt in de revolutie een aanpassing van tactieken vereist ̶ en dit op basis van de principes van het marxisme, om aldus de eenheid tussen theorie en praktijk te realiseren. Wat zijn deze drie argumenten?

  1. Het eerste argument gaat over de staatsmacht.

Men kan dit argument samenvatten door te zeggen dat, historisch gezien, staatsmacht altijd de politieke macht is van één enkele klasse, die deze macht in haar hoedanigheid van heersende klasse in de samenleving bezit. Dat is wat Marx en Lenin bedoelen wanneer ze zeggen dat elke staatsmacht een “klassendictatuur” is. Burgerlijke democratie is de dictatuur van een klasse (de dictatuur van de burgerij); de proletarische democratie van de werkende massa is ook een klassendictatuur. Laten we preciezer zijn: dit argument impliceert dat in de moderne samenleving die op het antagonisme tussen de kapitalistische burgerij en het proletariaat berust, de staatsmacht op absolute wijze door de burgerij wordt uitgeoefend, die deze met geen enkele andere klasse deelt, en ze evenmin opsplitst en verdeelt tussen haar eigen fracties. Dit is waar, ongeacht de bijzondere historische vormen waarin de politieke overheersing van de burgerij wordt gerealiseerd, ongeacht de specifieke vormen die de burgerij moet gebruiken in de geschiedenis van elke kapitalistische sociale formatie met het oog op het behoud van haar staatsmacht en die voortdurend wordt bedreigd door de ontwikkeling van de klassenstrijd.

Uit de eerste stelling volgt dan: het enige mogelijke historische ‘alternatief’ voor de staatsmacht van de burgerij is een even absolute greep op de staatsmacht door het proletariaat, d.w.z. de klasse van loonarbeiders die door het kapitaal wordt uitgebuit. Net zoals de burgerij nooit de staatsmacht niet deelt, kan het proletariaat die ook niet delen met andere klassen. Deze absolute greep op de staatsmacht is de essentie van alle vormen van de dictatuur van het proletariaat, ongeacht haar veranderingen en historische verscheidenheid. Praten over een alternatief is hoe dan ook écht onduidelijk: we zouden eerder moeten zeggen dat de klassenstrijd onvermijdelijk tot een proletarische staatsmacht kan leiden. Het is onmogelijk vooraf te voorspellen wanneer het proletariaat in staat zal zijn om de staatsmacht te grijpen of de bijzondere vormen waarin het dat zal doen,. Nog minder kunnen we het succes van de proletarische revolutie ̶ alsof die “automatisch” zou verlopen ̶ “garanderen”. De ontwikkeling van de klassenstrijd kan noch gepland noch geprogrammeerd worden.

  1. Het tweede argument gaat over het staatsapparaat.

Men kan dit tweede argument samenvatten door te zeggen dat de staatsmacht van de heersende klasse in de geschiedenis niet kan bestaan, noch kan worden gerealiseerd en onderhouden, zonder een materiële vorm aan te nemen in de ontwikkeling en de werking van het staatsapparaat ̶ of om één van de metaforen te gebruiken die Lenin altijd aan Marx ontleent, in de werking van de “staatsmachine”, waarvan de kern (het belangrijkste maar niet het enige aspect zoals Lenin wist te zeggen) wordt gevormd door het repressieve staatsapparaat of -apparaten. Dit zijn: enerzijds, het leger, de politie en het juridische apparaat; en anderzijds, de staatsadministratie of de “bureaucratie” (Lenin gebruikt deze twee termen als min of meer synoniemen). Deze stelling is absoluut verweven met de volgende consequentie: de proletarische revolutie – dat wil zeggen het omverwerpen van de staatsmacht van de burgerij – is onmogelijk zonder de vernietiging van het bestaande staatsapparaat waarin de staatsmacht van de burgerij zich materialiseert. Zolang dit apparaat niet wordt vernietigd ̶ wat een complexe en moeilijke taak is ̶ kan de dictatuur van het proletariaat zich niet ontwikkelen om te voldoen aan haar historische taak, de omverwerping van de uitbuitingsrelaties en het creëren van een maatschappij zonder uitbuiting of klassen. Indien dit apparaat niet wordt vernietigd, dan zal de proletarische revolutie onvermijdelijk worden overwonnen en de uitbuiting worden gehandhaafd, welke ook de historische vormen zijn waarin dit plaatsvindt.

Het is duidelijk dat Lenins argumenten directe invloed hebben op zowel de staat als op de dictatuur van het proletariaat. Deze twee problemen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In het marxisme hoeft men niet aan de ene kant een algemene theorie van de staat te hebben, en aan de andere kant een (bepaalde) theorie van de dictatuur van het proletariaat. Er is slechts één enkele theorie.

De eerste twee argumenten die ik zojuist uiteengezet heb, zijn reeds expliciet vervat in Marx en Engels. Ze werden niet ontdekt door Lenin, hoewel Lenin ze heeft moeten redden van de vervorming en censuur die zij hadden ondergaan in de versie van de marxistische theorie, die officieel door de sociaaldemocratische partijen onderwezen werd. Wat niet betekent dat op dit punt Lenins rol en die van de Russische revolutie niet doorslaggevend waren. Maar als we onze aandacht beperken tot de theoretische kern die ik heb besproken, dan is het waar dat deze rol vooral bestond in het voor het eerst op een effectieve manier toepassen van de theorie van Marx en Engels op het gebied van de praktijk. Het maakte een verbinding mogelijk tussen enerzijds de revolutionaire praktijk van het proletariaat en de massa’s, en anderzijds de marxistische theorie over de staat en de dictatuur van het proletariaat ̶ een fusie die voordien nooit of nooit echt had plaatsgevonden. Wat betekent ̶ dat hoewel belangrijke vooruitgang in de organisatie van de arbeidersbeweging na Marx’ tijd plaatsvond ̶ dit gepaard ging met een aanzienlijke vermindering in haar autonomie, in de theoretische en praktische onafhankelijkheid jegens de burgerij, en daarmee ook in haar echte politieke kracht. Het is de transformatie van het marxisme in leninisme waardoor deze historische regressie overwonnen werd door middel van een nieuwe stap vooruit.

  1. Dit brengt ons bij het derde argument, dat gaat over het socialisme en het communisme.

Dit argument is niet zonder precedenten, zonder voorbereidende elementen in het werk van Marx en Engels zelf. Het is natuurlijk geen toeval dat Marx en Engels altijd hun positie als communistisch hebben voorgesteld, en alleen uitdrukkelijk, in een soort toegeving, de term “socialistisch” (en zelfs nog meer zo de term “sociaaldemocraat”) hebben aangenomen. In feite kunnen we zeggen dat wanneer deze positie (en de stellingname die het inhoudt) zou ontbreken, de theorie van Marx en Engels onbegrijpelijk zou zijn. Maar ze waren niet in staat om deze verder uit te werken. Deze taak viel aan Lenin toe, en in het uitvoeren ervan baseerde hij zijn werk op de ontwikkeling van de klassenstrijd in de periode van de Russische revolutie, waarvan zijn werk dus het product is, in de sterke zin van het woord. Dit argument ondergaat nu hetzelfde lot als de eerste twee argumenten vóór de tijd van Lenin en de Russische revolutie: het is “vergeten”, vervormd (met dramatische gevolgen) in de geschiedenis van de communistische beweging en van het leninisme, net zoals de eerste twee argumenten werden vergeten in de geschiedenis van het Marxisme.

Eerst is er een zeer abstracte formulering die door Marx in het Communistisch Manifest en in de Kritiek op het programma van Gotha geschetst wordt: alleen het communisme is een klasseloze samenleving, een samenleving waarin alle vormen van uitbuiting zijn verdwenen. En aangezien de kapitalistische sociale relaties de laatst mogelijke historische vorm van uitbuiting vormen, betekent dit dat alleen communistische sociale relaties, in de productie en in het hele sociale leven, echt in antagonistisch haaks staan op met kapitalistische verhoudingen en dat zij alleen werkelijk onverenigbaar en onverzoenbaar met de kapitalistische verhoudingen zullen zijn. Wat een aantal zeer belangrijke gevolgen inhoudt, zowel vanuit theoretisch als vanuit praktisch oogpunt. Het impliceert dat het socialisme niets anders is dan de dictatuur van het proletariaat. De dictatuur van het proletariaat is niet alleen een vorm van “transitie naar het socialisme”, het is ook niet een “weg in de overgang naar het socialisme” ̶ het is identiek met het socialisme zelf. Dat betekent dat er niet twee verschillende objectieven zijn, die afzonderlijk moeten worden bereikt door de problemen in een bepaalde volgorde te plaatsen: eerst en vooral het socialisme, en ̶ zodra het socialisme is opgebouwd, voltooid, nadat het “ontwikkeld” is (of “ontwikkeld tot een hoog niveau”), dat wil zeggen geperfectioneerd, zodra het, zoals ze zeggen, de “grondslagen voor het communisme” heeft gecreëerd ̶ de nieuwe doelstelling, de overgang naar het communisme, de opbouw van het communisme. In feite is er slechts één doel, waarvan de verwezenlijking zich uitstrekt over een zeer lange historische periode (veel langer en ongetwijfeld meer tegenstrijdig, dan was gedacht door de arbeiders en hun theoretici). Maar dit doel bepaalt, vanaf het begin, de strijd, strategie en tactiek van het proletariaat.

Het proletariaat, de proletarische massa’s en het geheel van de volksmassa waarmee het proletariaat optrekt, strijden niet voor het socialisme als een onafhankelijke doel. Zij strijden voor het communisme, waartoe het socialisme alleen het middel is, waarvan het een eerste vorm is. Geen ander perspectief is voor hen van belang (in de materialistische betekenis van deze term). Zij strijden voor het socialisme alleen maar omdat dit een manier is om tot het communisme te komen. En zij strijden voor het socialisme met de middelen die reeds door de communistische ideeën, de communistische organisatie (in feite door de communistische organisaties, omdat de partij nooit meer dan één van hen kan zijn, zelfs indien haar rol duidelijk bepalend is). In de uiteindelijke analyse strijden de massa’s om de tendens tot het communisme die reeds objectief in de kapitalistische samenleving aanwezig is, en die door de ontwikkeling van het kapitalisme ook versterkt wordt en zich sterker ontwikkelt.

Daaruit volgt iets zeer belangrijks, dat ik op een abstracte manier zal verklaren: de theorie van het socialisme is alleen mogelijk als ze ontwikkeld wordt vanuit het oogpunt van het communisme, en de effectieve realisatie van het socialisme is alleen mogelijk vanuit het oogpunt van het communisme, op basis van een communistisch standpunt in de praktijk. Als deze positie verloren is, als ze uit het zicht verdwijnt, als de buitengewone moeilijkheden voor het bereiken ervan ons ertoe leidt om dit perspectief te negeren of te verlaten in de praktijk, zelfs als het nog steeds een plaats in onze theorie heeft, of beter: als erover wordt gesproken als over een ver ideaal, dan is het socialisme en de opbouw van het socialisme onmogelijk, althans voor zover het socialisme een revolutionaire breuk met het kapitalisme betekent.

Niet het uitwerken van alle implicaties van deze argumenten, maar gewoon het voorbereiden van een meer volledige analyse staat op de agenda. Ook de manier waarop het is geformuleerd, moet uitgelegd worden, en bepaalde foute interpretaties en ongegronde bezwaren moeten bestreden worden.”

(Vertaling: Guy Quintelier)

Noot :

[1] Etienne Balibar, Sur la dictature du prolétariat, Paris, François Maspéro, 1976, 298 pagina’s (noot van de vertaler).

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*