Tien stellingen over ‘rechts populisme’ in Europa…

Alle commentatoren hebben het vandaag over de opmars van ‘rechts populisme’. Volgens Michael Löwy is dit een verkeerde definiëring van een fenomeen dat nog steeds een band heeft met fascisme. Wij publiceren hierbij een artikel daterend van juli 2014 toen een aantal nieuw rechtse formaties tijdens de Europese verkiezingen een opmerkelijke doorbraak maakten. Intussen is duidelijk geworden dat het wel degelijk over een signicant en gevaarlijk fenomeen gaat. Michaël Lowy is een Frans-Braziliaanse socioloog, filosoof en ecosocialist. 

1. De Europese verkiezingen hebben de tendens die men sinds enkele jaren in de meeste landen van het continent waarneemt bevestigd : de spectaculaire opkomst van Uiterst Rechts. Dit is een verschijnsel zonder voorgaande sinds de jaren ’30. In meerdere landen behaalde haar invloedssfeer tussen de 10 en 20% en vandaag bereikt zij in drie landen (Frankrijk, Engeland, Denemarken) al tussen 25 en 30% van de stemmen. In feite is haar invloed nog breder dan haar electoraat: zij besmet met haar ideeën de “klassieke” rechterzijde en zelfs een deel van de sociaalliberale linkerzijde. Het Franse geval is het ernstigste, de doorbraak van het Front National overtreft alle verwachtingen, zelfs de meest pessimistische. Zoal de site Mediapart in een recent edito schreef “Het is vijf voor twaalf”.

2. Deze uiterst rechterzijde is zeer divers, men kan een gans gamma waarnemen, van het Griekse “Gouden Dageraad tot burgerlijke krachten, zoals de de Zwitserse UDC, die perfect geïntegreerd zijn in het politieke spel van de instellingen. Wat zij alle gemeen hebben is een chauvinistisch nationalisme, xenofobie, racisme, haat voor – met name buiten-Europese – immigranten en voor Roma’s (N.B. het oudste Europese volk), islamofobie, anticommunisme. Hieraan kunnen we in veel gevallen nog toevoegen antisemitisme, homofobie, vrouwenhaat, autoritarisme, misprijzen voor de democratie, eurofobie. Over andere kwesties, zoals bijvoorbeeld voor of tegen het neoliberalisme of voor of tegen de lekenstaat, is men in haar invloedssfeer meer verdeeld.

3. Het zou een vergissing zijn te geloven dat het fascisme en het antifascisme verschijnselen van het verleden zijn.Zeker vindt men vandaag geen fascistische massapartijen vergelijkbaar met de Duitse NSDAP van de jaren 1930, maar ook toentertijd al herleidde het fascisme zich niet tot dit ene model: het Spaanse franquisme en het Portugese salazarisme(1) waren zeer verschillend van het Italiaanse of Duitse model. Een belangrijk deel van Europees Uiterst Rechts heeft vandaag een regelrecht fascistische en/of neonazistische vorm: dit is het geval voor het Griekse “Gouden Dageraad, voor het Hongaarse Jobbik, voor het Oekraïense Svoboda en Rechtse Sector, enz. Maar dit geldt eveneens zij het in een verschillende vorm voor het Franse Front National, het Oostenrijkse FPÖ, het Belgische Vlaams Belang en andere, waarvan de stichtende kaders nauwe banden hebben gehad zowel met het historisch fascisme als met de collaboratiekrachten van het Derde Rijk. In andere landen – Nederland, Zwitserland, Engeland, Denemarken – hebben de uiterst rechtse partijen geen fascistische oorsprong, maar hebben zij met de eerste het racisme, de xenofobie en de islamofobie gemeen. Eén van de argumenten om te bewijzen dat Uiterst Rechts veranderd is en geen uitstaans meer heeft met fascisme is haar aanvaarding van de parlementaire democratie en van de electorale weg om aan de macht te komen. Brengen we in herinnering dat een zekere Adolf Hitler door middel van een legale stemming van de Rijksdag tot kanselier van het Rijk is verkozen en dat maarschalk Pétain tot staatshoofd is verkozen door het Franse parlement. Indien het Front National door verkiezingen aan de macht zou komen – een hypothese die men jammer genoeg niet langer kan uitsluiten – wat zou er dan van de democratie in Frankrijk nog overblijven ?

4. De economische crisis die sinds 2008 Europa teistert heeft dus (met uitzondering van Griekenland) in zeer overheersende mate eerder de uiterst-rechterzijde dan radicaal links in de kaart gespeeld. De krachtsverhouding tussen beide is totaal uit evenwicht, in tegenstelling tot de Europese toestand van de jaren 1930, die in verschillende landen een parallelle opkomst te zien gaf van het fascisme en van antifascistisch links. Het huidige extreemrechts heeft ongetwijfeld van de crisis geprofiteerd, maar die verklaart niet alles: in Spanje en Portugal, twee van de landen die het zwaarst door de crisis getroffen zijn, blijft Uiterst Rechts marginaal. En al heeft in Griekenland Gouden Dageraad een exponentiële groei gekend, dan wordt zij toch ver voorbijgestoken door Syriza, de Coalitie van Radicaal Links. In Zwitserland en Oostenrijk, grotendeels van de crisis gespaard, overtreft racistisch extreemrechts vaak de 20%. Men moet dus de vaak door links voorgestelde economicistische verklaringen vermijden.

5. Historische factoren spelen ongetwijfeld een rol : een wijd verspreide en oude antisemitische traditie in een aantal landen; het voortbestaan van collaboratiestromingen uit de Tweede Wereldoorlog; het voortleven van een koloniale cultuur, die de houdingen en gedragingen nog lang na de dekolonisatie doordrenkt, niet alleen in de vroegere imperiale keizer- en koninkrijken, maar in bijna alle Europese landen. Al deze factoren zijn aanwezig in Frankrijk en verklaren mede het succes van Le Pen en het Lepenisme.

6. Het begrip “populisme”, door bepaalde politieke wetenschappers, de media en zelfs door een deel van de linkerzijde gehanteerd is totaal incapabel om dit fenomeen te begrijpen en dient slechts het zaaien van verwarring. Als de term in het Latijns-Amerika van de jaren 1930 tot 1960 een relatief nauwkeurige lading kon dekken – het Vargisme, het Peronisme(2), enz. – dan is het gebruik ervan in Europa sinds de jaren 1990 steeds vager en onnauwkeuriger geworden. Men omschrijft het populisme dan als “een politieke positie, die de kant van het volk kiest tegen de elites”, wat geldt voor zo goed als bijna elke politieke beweging of partij. Dit pseudo-begrip leidt toegepast op uiterst rechtse partijen er willens nillens toe hen te rechtvaardigen, aanvaardbaarder en zelfs sympathieker te maken – want wie zou niet de kant van het volk tegen de elite kiezen ? – door zorgvuldig het gebruik van onaangename termen als racisme, xenofobie, fascisme, uiterst rechts te vermijden. “Populisme » wordt ook op een doelbewust bedrieglijke manier aangewend door de neoliberale ideologen om een amalgaam te maken tussen Uiterst Rechts en radicaal links, die dan als “rechts en links populisme” worden bestempeld, want gericht tegen een liberale politiek, “tegen Europa”, enz.

7. De linkerzijde heeft zonder uitzondering, – op enkele uitzonderingen na – het gevaar gruwelijk onderschat. Zij heeft de bruine golf niet zien aankomen en heeft het daardoor niet nodig gevonden het initiatief te nemen tot een antifascistische mobilisatie. Omdat volgens sommige linkse stromingen de uiterst rechterzijde een louter bijproduct van de werkloosheid en de crisis is moet men zich beperken tot het bestrijden van de oorzaken en niet het fascistisch verschijnsel zelf. Deze typisch economicistische redenering heeft de linkerzijde tegenover het racistisch, xenofoob en nationalistisch ideologisch offensief ontwapend.

8. Geen enkele sociale groep is immuun tegen de bruine pest. De ideeën van Uiterst Rechts en het racisme in het bijzonder hebben niet alleen een groot deel van de kleine burgerij en de werklozen besmet, maar ook een deel van de arbeidersklasse en de jeugd. Dit is bijzonder frappant in het geval van Frankrijk. Hun opvattingen staan in geen enkel realistisch verband met de werkelijke inwijking : zo is de stem voor het Front National bijvoorbeeld bijzonder hoog in sommige landelijke streken die nog nooit één enkele immigrant hebben gezien. De Roma-immigranten, die onlangs nog het voorwerp waren van een indrukwekkende golf van racistische hysterie – met tevreden instemming van de “socialistische” Manuel Valls, toen nog Minister van Binnenlandse Zaken – zijn met minder dan twintigduizend over het ganse Franse grondgebied.

9. Een andere “klassieke” analyse van links is er een die het wezen van het fascisme verklaart als een instrument van het grootkapitaal om de revolutie en de arbeidersbeweging te verpletteren. Maar gezien het feit dat de arbeidersbeweging vandaag zeer verzwakt is en het gevaar voor revolutie onbestaande heeft het grootkapitaal er geen belang bij om de bewegingen van Uiterst Rechts te gaan ondersteunen en is bijgevolg de dreiging van een bruin offensief afwezig. Het gaat hier weer om een economicistische visie, die geen rekenschap geeft van het zelfstandig karakter, dat eigen is aan een politieke verschijnsel – kiezers kunnen stemmen voor een partij , die nochtans niet in de gunst ligt van de hoge burgerij – en die blijkbaar ontkent dat het grootkapitaal het in alle gemoedsrust met allerlei politieke regimes kan vinden.

10. Er is geen toverremedie voor het bestrijden van Uiterst Rechts. Men moet zich op kritisch afstandelijke wijze laten inspireren door de antifascistische tradities van het verleden, maar men moet ook op vernieuwende wijze kunnen antwoorden op de nieuwe verschijningsvormen van het fascisme. Men moet plaatselijke initiatieven kunnen combineren met met sociale, politieke en culturele eenheidsbewegingen, die stevig georganiseerd en gestructureerd zijn, op nationale en continentale schaal. Eenheid kan bij tijden gesmeed worden met gans het “republikeinse” politieke spectrum, maar een georganiseerde antifascistische beweging zal maar doelmatig en geloofwaardig zijn als zij wordt aangedreven door krachten, die zich buiten de heersende neoliberale consensus plaatsen. Het gaat om een strijd die geen halt kan maken aan de grenzen van één enkel land, maar zich moet organiseren op Europese schaal. De strijd tegen het racisme en de solidariteit met de slachtoffers ervan is één van de essentiële bestanddelen van dit verzet.

Michaël Lowy, juli 2014

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*