Wat kan Karl Marx ons leren over ongelijkheid?

Michael Roberts

Ik heb vele blogs geschreven over het niveau en de veranderingen in de ongelijke verdeling van rijkdom en inkomens[1], die zich zowel globaal als in verschillende landen manifesteerden. Er bestaat een ‘rijkdom’ aan empirische studies[2] die de stijgende ongelijkheid in inkomens en rijkdom in de meeste kapitalistische economieën van de vorige eeuw aantonen.

Men kan voor deze evoluties verschillende theoretische verklaringen geven. De meest bekende is die door Thomas Piketty in zijn magistrale boek Le Capital au XXIème siècle uit 2013. Dit boek won in 2014 de prijs voor het meest gekochte, maar ook het minst gelezen boek. Daarmee liet het boek van de wetenschapper Stephen Hawkins A brief history of time achter zich.

Niet alleen ik maar ook anderen hebben op verscheidene fora [3] gediscussieerd over de verdiensten en gebreken van Piketty’s werk. Volstaat het om te zeggen dat, hoewel Piketty de titel van Marx’ boek  ̶  dat precies 150 jaar geleden gepubliceerd is ̶ herhaalt, hij toch Marx’ analyse van het kapitalisme op basis van de waardewet en de tendens tot daling van de winstvoet verwerpt en hij de mainstream-theorieën aanneemt over marginale productiviteit en/of markt-‘imperfecties’ zoals het streven naar rente. Dit leidt tot de opvatting dat het kapitalisme kan worden ‘hervormd’ en ongelijkheid kan worden verminderd door zulke maatregelen als een wereldwijde financiële belasting of progressieve successierechten of meer onlangs nog een universeel basisinkomen (Piketty adviseerde de Franse socialistische presidentskandidaat Hamon hierover).

Ongelijkheid ̶ en niet crisis of recessie ̶ blijft binnen zowel het liberale en linkse debat[4] als de analyses het buzz-woord. Toenemende ongelijkheid wordt door het World Economic Forum[5], de denktank van de elite, als “een van de belangrijkste uitdagingen van onze tijd” naar voren geschoven. Het ratingagentschap S & P Global Ratings noemde de inkomenskloof een lange termijntendens die de Amerikaanse economische groei bedreigt. Zelfs de grote internationale organisaties als het IMF[6] of de OESO analyseren voortdurend de veranderingen in ongelijkheid juist om te zien of meer gelijkheid beter zou zijn voor de groei of een stabieler kapitalisme.

Postkeynesiaanse economen zoals Engelbert Stockhammer[7] of meer radicale mainstreamers zoals Joseph Stiglitz denken dat toenemende ongelijkheid de belangrijkste oorzaak is van crisissen, en niet de dalende rentabiliteit of de inherente instabiliteit van het kapitaal als een geldproducerende machine. Ik heb deze argumenten al eerder in mijn blog besproken.

Over de oorzaken en de processen die betrokken zijn bij de ongelijkheid van inkomen en rijkdom in de grote economieën, bestaat er geen twijfel dat een niveau bereikt is dat men niet meer gezien heeft sinds Marx Das Kapital publiceerde. Inderdaad, er bestaat een interessante grafiek die probeert het niveau van ongelijkheid opnieuw te meten dat in het Verenigd Koninkrijk in 1867 bereikt was. De gini-coëfficiënt is de meest gemeenschappelijke maatstaf voor de ongelijkheid van inkomen of rijkdom. En in deze grafiek, die door de mondiale ongelijkheidsdeskundige, Branco Milanovic[8], aangeleverd werd, duidde de gini-verhouding in 1867 meer dan 55 aan.

Volgens de grafiek bereikte toen de ongelijkheid haar hoogtepunt en viel het in de komende 100 jaar terug. Ze lijkt dus Marx’ visie te weerleggen waarin hij stelde dat de werkende klasse aan erge verpaupering zou lijden, als het kapitaal een steeds groter deel van de door arbeid geproduceerde waarde in bezit nam. In plaats daarvan lijkt dit de mainstream weergave van Simon Kuznets uit de zestiger jaren van de vorige eeuw te bevestigen, namelijk dat eenmaal het kapitalisme begonnen was met het leveren van economische groei, de krachten van de markt ̶ indien ze niet verstoord worden ̶ gestaag een meer gelijke samenleving voortbrengen zou. Het ironische is dat net wanneer Kuznets tot deze conclusie gekomen was[9], de meeste grote kapitalistische economieën een toename in ongelijkheid in zowel inkomen als rijkdom begonnen te genereren ̶ zoals de grafiek laat zien.

Maar laat u niet misleiden door de grafiek alsof deze lijkt aan te tonen dat er vanaf 1867 tot nu een enorme sprong in BBP per hoofd van de bevolking in dollars was. Dat is misleidend. Er wordt niet weergegeven of de sprong te wijten is aan de snellere economische groei of gewoon het vertragen van de bevolkingstoename in het Verenigd Koninkrijk (eigenlijk is het het laatste). En natuurlijk toont ze niet de enorme terugval in BBP die veroorzaakt wordt door de terugkerende en regelmatige crises in het kapitalisme in Groot-Brittannië en elders.

Uit de grafiek blijkt, echter, dat de ongelijkheid in Engeland groter werd tot een niveau dat niet meer gezien is sinds de jaren 1920. Inderdaad, in een nieuwe analyse van de World Income Database[10] beschrijven Piketty en zijn collega’s uit de PSE (École d’économie de Paris) en de UC Berkeley (University of California in Berkeley) het “instorten” van het deel van de Amerikaanse nationale rijkdom dat opgeëist wordt door de onderste 50% van het land ̶ een daling tot 12% en komend van 20% in 1978 ̶ samen met een (niet verrassende) daling van de inkomsten voor de armste helft van Amerika. Ongeveer 117 miljoen van de Amerikaanse volwassenen moeten rondkomen met een inkomen dat ongeveer vastligt op $16.200 per jaar zonder belastingen en afbetalingen. Piketty, Saez en Zucman vonden dit in hun onderzoek dat vorig jaar gepubliceerd werd.

En dat maakt een groot verschil uit. De top 1 procent van de inkomens in Amerika legt nu beslag op ongeveer 20 procent van het ’s lands onbelast nationaal inkomen, terwijl in 1978 dit minder was dan 12 procent ̶ volgens het onderzoek dat de economen op het National Bureau of Economic Research gepubliceerd hebben. In dezelfde periode verdubbelt in China de top 1 procent hun deel in de inkomsten, en stijgt dit van ongeveer 6 procent naar 12 procent. De auteurs van dit onderzoeksrapport schreven dat Amerika “een volledige ineenstorting van het onderste 50 procent inkomstendeel in de VS tussen 1978 tot 2015″ heeft ervaren. “In tegenstelling, en ondanks een soortgelijke kwalitatieve tendens, blijft in 2005 het onder 50 procent deel hoger dan het top 1 procent deel in China.”

Ondertussen is volgens deze economen de economische groei in China zo sterk dat — ondanks de vergroting van de ongelijkheidskloof — de inkomens van de onderste 50 procent ook “aanzienlijk gegroeid” zijn. Hun analyse heeft vastgesteld dat voor de armste helft van de Chinese arbeiders vanaf 1978 tot 2015 hun gemiddelde inkomen meer dan 400 procent gegroeid is. Voor hun Amerikaanse tegenhangers daalde het inkomen 1 procent. Ze merkten op dat deze tendens in China “waarschijnlijk de stijgende ongelijkheid veel acceptabeler maakt”“Daarentegen was er in de VS helemaal geen groei meer voor de onderste 50 procent (-1%).”

Het IMF en andere organisaties, zoals de Wereldbank, bepleiten dat de economische groei onder het kapitalisme zo vele miljoenen mensen uit de armoede heeft gehaald. Maar economische deskundigen op het gebied van armoede en mondiale ongelijkheid beweren dat hun grafieken aantonen dat de officiële ‘armoede’ om twee redenen gedaald is[11].

De eerste reden is dat de definitie van armoede verouderd is waarbij de armoede beperkt wordt tot zij die op minder dan 1 dollar per dag overleven; en ten tweede, omdat bijna de hele daling van de armoede in China heeft plaatsgevonden als gevolg van de ongekende economische groei onder een door de staat gecontroleerde en gestuurde economie, die nog steeds ver verwijderd is van het marktkapitalisme dat men in het 19de en 20ste-eeuwse kapitalisme kon waarnemen en dat Piketty en anderen hebben geanalyseerd. In de meeste landen met lage inkomens is de ongelijkheid nauwelijks veranderd en nog steeds op een zeer hoog niveau.

De belangrijkste reden daarvoor is de controle over de rijkdom. Een zeer kleine elite bezit de productie- en de financiële middelen wat hen in staat stelt zich een leeuwenaandeel, en zelfs meer, van de rijkdom en inkomen toe te eigenen. De US Economic Policy Institute vond dat de bovenste één procent van de samenleving een toenemend gedeelte van zijn inkomsten verwerft uit bestaand kapitaal en rijkdom. Dat is niet omdat ze slimmer of beter opgeleid zijn. Het is omdat ze het geluk aan hun kant hebben (zoals Donald Trump) en hun rijkdom van hun ouders of verwanten geërfd hebben.

Een recente studie door twee economen bij de Bank van Italië vond dat de huidige rijkste families in Firenze[12] afstamden van de rijkste families van Firenze bijna 600 jaar geleden! Zo maakte de opkomst van het handelaars-kapitalisme in de Italiaanse stadsstaten en ook de uitbreiding van het industriële kapitalisme en het huidige financiële kapitaal weinig of geen verschil uit voor wie die de uiteindelijke eigenaar van de rijkdom was. En uit het werk van Emmanuel Saez en Gabriel Zucman is gebleken dat in de VS de rijkdom steeds meer geconcentreerd is in de handen van de superrijken[13].

Zo werd Marx’ voorspelling van 150 jaar geleden waarheid: het kapitalisme zou leiden naar een grotere concentratie en centralisatie van rijkdom, meer bepaald van de productie- en financiële middelen. In tegenstelling tot het optimisme van en de verdediging door de mainstream-economen blijft de armoede voor miljarden mensen over de hele wereld een feit met weinig tekenen van verbetering, terwijl de ongelijkheid binnen de grote kapitalistische economieën toeneemt naarmate het kapitaal door steeds kleinere groepen geaccumuleerd en geconcentreerd wordt.

 

(vertaling Guy Quintelier)

Noten:

[1] Zie Michael Roberts blog: “The story of inequality”; https://thenextrecession.wordpress.com/2013/07/14/the-story-of-inequality/

[2] Zie: Michael Roberts: “Essay on Inequality: on issues in modern economies: Volume 1: Essays on inequality”; https://www.createspace.com/5078983

[3] Zie: Michael Roberts blog: “Reviewing Piketty (again)”; https://thenextrecession.wordpress.com/2014/04/28/reviewing-piketty-again/

[4] Zie: Michael Roberts blog: “The Mainstream worry”; https://thenextrecession.wordpress.com/2014/08/13/inequality-the-mainstream-worry/

[5] Zie: Michael Roberts blog: “Growth, inequality and Davos”; https://thenextrecession.wordpress.com/2015/02/01/growth-inequality-and-davos/

[6] Zie: Era Dabla-Noris Kalpana Kochhar, Frantisek Ricka, Nujin Suphaphiphat, and Evridiki Tsountan (with contributions from Preya Sharma and Veronique Salins): “Causes and Consequences of Income Inequality: A global Perspective”; https://www.imf.org/external/pubs/ft/sdn/2015/sdn1513.pdf

[7] Zie: Michael Roberts blog: “Is Inequality the cause of capitalist crises?”; https://thenextrecession.wordpress.com/2014/03/11/is-inequality-the-cause-of-capitalist-crises/

[8] Zie: Michael Roberts blog: “ The simplicity of views regarding civil conflicts”;

http://glineq.blogspot.be/

[9] Zie: Michael Roberts blog: “Kuznets, Piketty, Marx and human development”; https://thenextrecession.wordpress.com/2015/12/14/kuznets-piketty-marx-and-human-development/

[10] Zie: Facundo AlvaredoLucas ChancelThomas PikettyEmmanuel SaezGabriel Zucman: “Global Inequality Dynamics: New Findings from WID.world”; https://www.nber.org/papers/w23119

[11] Zie: Michael Roberts blog: “We’ve never had it so good!”; https://thenextrecession.wordpress.com/2015/10/13/weve-never-had-it-so-good/

[12] Guglielmo Barone, Sauro Mocetti: “What’s your (sur)name? Intergenerational mobility over six centuries”;

http://voxeu.org/article/what-s-your-surname-intergenerational-mobility-over-six-centuries

[13] Emmanuel Saez, Gabriel Zucman: “Wealth Inequality in United States since 1913: Evidence from capitalized income tax data”; http://gabriel-zucman.eu/files/SaezZucman2014.pdf

 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*